Onno85.reismee.nl

Het grote einde: Rio de Janeiro

Ik ben inmiddels weer thuis, maar had geen tijd (zin) om het verslag af te ronden toen ik nog in Rio was.

Ik had net een dagje teveel doorgebracht in Campo Grande. Het enige nuttige daar waren de drie korte broeken die ik gekocht heb. Na een korte nacht, om 1:00 ging de wekker, werd ik opgehaald door een taxi die mij naar het vliegveld bracht. Na een nachtelijk ontbijt en een kop cappucino was ik ongeveer wakker. Mensen die mij kennen weten dat ik nooit koffie drink, alleen in noodgevallen zoals deze. Na een overstap in Sao Paulo kwam ik aan in een bewolkt Rio. Hierdoor had ik vanuit het vliegtuig geen zich op meneer Jezus op de berg en de rest van de stad, maar ik kon de spectaculaire landing op Santos Dumont wel goed volgen. Na een scherpe bocht werd het vliegtuig zonder problemen op de korte startbaan gezet en ik was in Rio, een stad die mij al jaren aantrekt.

Een taxi bracht mij door het chaotische en drukke verkeer naar mijn hostel in Ipanema en tot mijn verrassing bleek de eigenaresse van het hostel een Nederlandse te zijn. Aangezien ik een korte nacht had gehad, werd onmiddelijk een bed klaargemaakt en kon ik nog even bijslapen van 8 uur tot 12 uur. Het regende toch en Rio wil je niet zien in de regen.

De eerste dag heb ik het rustig aan gedaan. Even kort de buurt verkend en flink gepraat met Saskia, de eigenaresse. 's Avonds zijn we met een paar mensen van het hostel naar een straatfeest geweest in het centrum van Rio. Toen we ernaaar toe gingen, kreeg ik pas een gevoel hoe groot deze stad is. De groep splitste al snel op, want de franstalige Zwitserse dames bleven maar in het Frans lullen, dus hadden Roman en ik genoeg plezier door de luisteren naar de samba, het kijken naar het publiek en het genieten van een koel biertje.

De volgende dag had ik Saskia een favella tour laten regelen, waarna ik afgeproken had met Dylan, geboren en getogen in de Santa Marta favela. Hij vertelde over het leven in de favela, het drugsvrij maken en de regels in zo'n buurt. Het uitzicht is fantastisch, want de huisjes zijn stijl tegen de berg opgebouwd met trapjes en kleine gangetjes om bij alle huisjes te komen. Zelfs Michael Jackson heeft hier zijn clip 'They don't care about us' opgenomen in de tijd dat de drugsbazen het nog voor het zeggen hadden. Na een privé rondleiding was ik na twee uurtjes weer een fantastische ervaring rijker.

Op dag drie was het weer eindelijk goed genoeg om naar de hogergelegen delen te gaan, dus met een zeer langzame bus en een tandradtrein werd de top van de Corcovado met het beroemde Christusbeeld bereikt. Het was er superdruk en de selfie madness was er ook losgebarsten. Ik ben niet gelovig, heb even omhoog gekeken en geprobeerd om de stad te zien. Helaas was het te bewolkt om een uitzicht over de stad te hebben. Het volgende 'hoogtepunt' stond alweer op het programma en met opnieuw een langzame bus kwam ik bij de kabelbanen naar de Suikerbroodberg. Het uitzicht was hier fenomenaal over de baai, de zee en de halve stad inclusief Copacabana. Ook de halsbrekende toeren die de vliegtuigen die landen en opstijgen van Santos Dumont maken, was goed te zien.

Twee boeken heb ik versleten tijdens de eenzame momentjes deze reis, maar vooral de Mythe van Methusalem van Jo Claes was er een die binnen drie dagen uit was.

Op dag vier werd het eens tijd om een 'Free' walking tour te doen. Ik heb deze in andere steden ook vaak gelopen en ze zijn eigenlijk altijd leuk en leerzaam. Hier kwam ik een koppel tegen uit Nieuw-Zeeland waarmee ik samen in de trein heb gezeten vanuit Bolivia. De wereld is soms heel klein. Gids Mariana liet ons het oude centrum zien en vertelde over de geschiedenis van Brazilië en Rio. Na een voldane wandelingen ben ik naar het spiksplinternieuwe Museum van morgen gegaan. Je wordt hier met je neus op de feiten gedrukt over de klimaatveranderingen en de urbanisatie van de wereld. Iets dat zeker een Rio een hot topic is en nog veel belangrijker zal worden, want nu wonen er al veel te veel mensen bij elkaar.

's Avonds met wat Engelsen in Ierse pub de laatste politieke gesprekken gehad voor de dag des oordeels. Ik wilde graag een Guinness, maar 10 euro is mij wat te gortig. Dan blijven er nog twee keuzes over, Heineken en het Braziliaanse Brahma. Er is een bier dat ik altijd vermijd, dus die Brahma smaakte heerlijk.

Het strand van Copacabana lag er nog vredig bij toen ik vrijdagmorgen begon aan een wandeling van ongeveer 15 km vanuit mijn hostel in Ipanema. De souvenirverkopers op het strand hebben ook ander spul in de aanbieding. 'Ik heb al een zonnebril', zei ik dan. Na een heerlijke caipirinha (Braziliaanse rum, ijs, limoen en suiker) en een kleine snack op het eindpunt draaide ik me weer om en liep langs de zonnebadende Braziliaanse schonen en ook een hoop lelijkerds weer terug naar het hostel. 's Middags stond naelijk alweer een food tour op het programma van dezelfde organisatie als de free walking tour.

Ook hier weer een paar dezelfde gezichten en genietend van de kleine Braziliaanse zaligheden in de mooie buurt Santa Teresa ging de middag alweer veel te snel om. Een paar Caipiranhas later was ik alweer in het hostel waar iedereen zich ging klaarmaken voor een avondje Lapa. Samen met Noel uit Argentinië ging ik nog wat ingrediënten halen voor meer Caipirinha's. De andere gasten lieten het zich ook goed smaken en al veel te snel was het tijd om een nieuwe fles te halen. De winkel was om tien uur dicht gegaan, dus werd er een fles wodka bij het restaurant om de hoek gehaald. Al behoorlijk beneveld gingen we met een Uber naar het centrum, naar Lapa. Hier vind het feesten midden op straat plaats onder een mooie rij witte bogen van een viaduct. De samba muziek klinkt rond het hele plein en de caipirinha's hier zijn van het soort waar je niet teveel van moet drinken. De Engelsen in onze groep hebben echter geen grens, maar de Amerikaanse Grace en ik vonden het welletjes geweest. We hadden allebei genoeg gedronken en het was tijd om een taxi terug te nemen naar het hostel.

Ik had nog niet gezwommen in de zee en ik dacht dat het wel een goed remedie zou zijn tegen een kater. De zee was heerlijk en na een korte duik was het tijd om terug te gaan naar mijn hostel om alle troep weer in de backpack te proppen.

Na het kwijtraken van mijn gel en telefoon oplader was ik nu ook het sleuteltje van mijn slot verloren, maar gelukkig was Saskia hier op voorbereid en een zware kniptang bevrijdde mijn tablet uit het kluisje.

Het was tijd om dag te zeggen tegen Saskia, de andere gasten en Rio. Met mijn half dronken kop ging ik in het vliegtuig op de verkeerde plaats zitten naast een erg aardige Braziliaan. Gelukkig maakte de Italiaan die deze plek eigenlijk had er geen probleem van en ik vloog door de nacht over de Atlantische Oceaan en de Sahara naar Rome. Na nog een kort vluchtje naar Amsterdam en de trein kwam ik aan in een nat Roermond. Over een paar weken wordt dit Venlo en zal ik kunnen gaan nadenken over mijn volgende reis.

Ik hoop dat jullie mijn verhaaltjes leuk hebben gevonden. Ik vond het in ieder geval erg leuk om te doen en zal dit bij mijn volgende reizen weer bijhouden.

De Pantanal met hindernissen

Santa Cruz is voor mij niet meer dan het handigste punt tussen de zoutvlakte en de Pantanal zonder dure vliegtickets te hoeven kopen. Ik was zo dom om mijn telefoonhouder in Uyuni te laten liggen, dus moest ik allereerst op zoek naar een telefoonwinkeltje. Na een half uur lopen had ik er een gevonden en toen ben ik mijn treinkaartje gaan kopen in het chaotische gecombineerde bus en treinstation. Je wordt continue aangesproken of je een buskaartje naar plaats A, B enz. wil hebben. Met mijn niet bestaande kennis van het Spaans lukte het mij toch nog om een kaartje naar de Braziliaanse grens te kopen. Voor de duidelijkheid, dit was goedkoper dan die nieuwe lader. De rest van de dag heb ik wat gehangen en gepraat in het hostel.

De dag erna begon de ellende. Ik moest nog een tour regelen door de Pantanal en vliegtickets boeken naar Rio. Het internet was nog trager dan vroeger met die irritante inbelverbinding, zodat alleen al het eerste mij drie uur kostte. De vertrektijd van de trein kwam dichterbij, dus ik moest gaan. De laatste info over de Pantanal kreeg ik nog op het stationnvia WhatsApp doordat ik een internetbundel had besteld. Men zegt weleens dat ik een treinengek ben, maar van de snelheid van deze werd ik niet vrolijk. 17 uur over 400 km en dan ook nog met super goede muziek en films. Eerst twee uur lang een of andere Mexicaan, de meest afschuwelijke muziek zingende in een overvol stadion, ergens in de jaren zeventig. Toen Amerikaanse C-films in het Spaans gesproken plus ook nog eens Spaans ondertiteld. Gelukkig kon ik mijn laatste Bolivianos spenderen aan het eten in de restauratiewagen. Het was niet hoogstaand, maar wel lekker. Alleen het eten ging wat lastiger door het slechte spoor. Het was alsof je op een schommel netjes moest eten. Nadat er nog wat geld gestolen was van het personeel gingen we de nacht tegemoet, waarna we ’s morgens in Quijarro aankwamen. Samen met mijn Nieuw-Zeelandse reisgenoten namen we een taxi naar de grens, waar we aan konden sluiten in de rij. De grens was namelijk nog niet open. Na meer dan twee uur had ik mijn stempels in het paspoort en was ik in Brazilië. Na een dodemansrit met de taxi kwam ik bij het busstation in Corumba waar ik als het goed is mijn buskaartje kon afhalen. Het Spaans begin ik een beetje te snappen, maar nu begon het met Portugees weer van voren af aan. Gelukkig kreeg ik mij kaartje en ben toen met de rest geld gaan pinnen.

In de veronderstelling dat de klok een uur vooruit was gezet, zat ik een uur te vroeg op mijn bus te wachten. Bij een kantoortje had ik nog snel een vliegticket naar Rio gekocht, wat later de verkeerde datum bleek te zijn. Door de haast, ergernis, de taal niet kunnen spreken en onzekerheid, had ik even niet goed opgelet. Daarom heb ik nu wel tijd om dit te schrijven vanuit Campo Grande.

Met het afgehaald buskaartje moest ik ergens in de middle of nowhere uitstappen. Tot dat moment wist ik niet of het goed was, maar er stond al een oude Chevrolet pick-up op mij te wachten. Hij bracht me naar een lodge waar ik kennis maakte met mijn gids Tony en eerst even ging kanoën. Hij zou met de motorboot achter mij aankomen. Het ging wel lekker en ik wilde eens kijken hoe hard ik kon gaan. Een net te harde peddelslag zorgde dat ik omsloeg. Wetende dat er kaaimannen en piranha’s in het water zwemmen, kon ik weer in de volgelopen kano kruipen. Tony had door een bocht nog geen zicht op mij, maar hij heeft me vervolgens weer op weg geholpen. Alleen een nat pak, meer heb ik er niet aan overgehouden.

Het begon al te schemeren toen we over een kaarsrechte zandweg tussen het water door naar de boerderij reden. Na een snelle douche was het tijd voor het heerlijke eten hier. Samen met twee Duitsers, een Australiër en een Nederlandse genoten we van het eten. De volgende dag was het vroeg opstaan om te ontbijten en vervolgens drie uur paard te rijden door de wildernis. Ik wist absoluut niet hoe je een paard ‘bestuurt’, maar deze was nogal volgzaam, maar ook ontzettend hongerig. Mijn kont is niet gemaakt om zolang op een paard te zitten, zeker niet na een kort galopje. Het was supermooi, maar ik was blij dat ik er vanaf was. ’s Middags was het tijd om piranha’s te vangen. Meer dan een hengel met aas is niet nodig. Als je voelt dat er gekrabbeld wordt, omhoogtrekken en hopen dat de haak vastschiet. Na nooit een vis in mijn leven gevangen te hebben, staat de teller nu op tien. ’s Avonds stond mijn kleine vriend al op het menu, maar echt veel vlees zit er niet aan. Na nog een avondwandeling, waarbij een hoop capibara’s te zien waren was de laatste nacht alweer aangebroken. Ik was nu de enige gast op die hele boerderij. Eigenlijk jammer, want er was zoveel te zien. Vooral al die vogels van groot tot klein, alle kleuren van de regenboog en de geluiden. Als je van vogels houdt, dan moet je hier naar toe. Helaas heb ik geen jaguars, anaconda’s of vogelspinnen gezien. Op de laatste morgen nog een wandeling door de jungle, waar we niet zoveel beesten zagen.

Helaas was het toen tijd om te gaan en na een uur of zes kwam ik aan op het vliegveld van Campo Grande. Ik kon mijn vlucht niet omboeken voor een redelijke prijs, dus ben ik maar naar een hostel gegaan. Na een dagje in de saaie stad, ben ik nu wel toe aan Rio. Vannacht om 2.55 gaat mijn vlucht, dus ik probeer nog even te slapen, zodat ik fit in Rio aankom.

San Pedro en de zoutvlakte van Uyuni

Aangekomen in San Pedro de Atacama was het tijd om eerst het hostel te vinden. De straatnamen waren onduidelijk en ik dacht dat deze oase in de Atacama woestijn uit maar een straat bestond. Ondanks dat het winter is, wordt het overdag toch nog behoorlijk warm als de zon schijnt. Ik kwam dus natbezweet aan bij het hostel, waar de frisse douche gelukkig op mij wachtte. In het hostel boekte ik een tour naar de Valle de Luna. Na een korte rit arriveerde het busje al in een marslandschap met vanzelfsprekend rode gesteenten en hoge zandduinen. Tijdens de zonsondergang waren we in de Valle de Muerte. De rotspunten staken verschrikkelijk uit in het dal. Als je dan toeristen ziet balanceren op het randje van de afgrond om nog net die iets spectaculairdere foto te maken, dan kan de naam van deze vallei een dubbele betekenis krijgen.

De volgende dag heb ik lekker uitgeslapen en heb voor die middag een tour naar warmwaterbronnen geboekt. Na een ‘kleine’ lunch ben ik naar het vertrek punt gegaan, waar ik in gesprek kwam met Giselle uit Sao Paulo. Op 3500m in de winter lagen we toen een paar uur in heerlijk water. Om weer terug te gaan moesten we eerst nog een flinke helling oplopen. Normaal ben ik al niet zo’n klimmer, maar op deze hoogte is het een ware uitputtingsslag. Zij moest met de bus naar haar volgende bestemming en ik had de grote tour over de zoutvlakte van Uyuni op het programma staan. Dus vroeg naar bed en proberen goed te slapen. Op deze hoogte lukte mij dit voor de tweede nacht op rij niet, maar om half zeven ging alweer de wekker. Ik wilde nog even een frisse douche nemen, maar deze was mij iets te fris.

Na een ontbijtje werd ik opgehaald en ging het busje richting de grens van Bolivia. Onze groep bestond uit negen en we moesten ons verdelen over twee 4wd’s. De vier Britten gingen in een en ik ging met drie Amerikanen en een Indiase Amerikaan in de Toyota Landcruiser met chauffeur Efrain. De grens lag op 4000 m hoogte en we hadden al allemaal last van de hoogte na de snelle klim vanuit San Pedro de Atacama. We reden langs bevroren meren met vulkanen links en rechts van de ‘weg’. Je moet je voorstellen dat je rijdt over de meest slechte weg waar je ooit overheen bent gereden. Dat is een kwaliteitsverbetering voor Boliviaanse maatstaven. Het waren gewoon uitgesleten sporen door de droge woestijn met kleine steentjes en soms ook flinke keien. Een normale auto zou het hier nog geen kwartier uithouden. Na nog even een bad genomen te hebben in een warmwaterbron op 4500 m, reden we langzaam, slingerend en schuddend verder. Mahesh, de Indiase Amerikaan hae zijn mp3 speler vol met deephouse, dus gingen we met een lekkere beat de reis tegemoet. Alleen af en toe die luistercursus Spaans, die tussendoor kwam, fantastisch.

We passeerden een groen meer en daarna een rood meer met flamingo’s. Af en toe zag je een kleine kudde alpaca’s het schaarse groen weg eten. Het begon donker te worden en het werd tijd om onze slaapplaats te betrekken op maar liefst 5000 m. Overdag met de zon op de altiplano was het lekker warm, maar zo gauw deze weg was, koelde het extreem snel af. Door de hoogte en de slechte isolatie zou het koud worden. Na een spaghetti maaltijd begon iedereen flinke hoofdpijn te krijgen. Gelukkig had ik pillen tegen hoogteziekte gekregen van een koppel uit Nieuw-Zeeland die ik ontmoet had in San Pedro. Ik heb gelijk zo’n pil genomen, maar de Amerikanen durfden niet. De Amerikaanse meid leek wel dronken, voelde haar vingers niet en had tranende ogen. Zij had veruit de ergste klachten, maar toch wilde ze geen pil.

Ondanks dat ik sliep in thermo-ondergoed met de gewone kleren er overheen en in een slaapzak onder een dikke deken, had ik had ik het toch nog koud. Met de ijsbloemen nog op de ramen ging de tour verder. Bij een meer zag ik een auto staan met Nederlands kenteken. Bleek dat deze mensen al twee jaar aan het reizen waren. Helemaal door Afrika en toen de auto naar Zuid-Amerika laten verschepen. Respect. Na nog meer meren, bergen hobbelen we naar een hostel gemaakt van zoutblokken. Gelukkig was hier warm water, waardoor de vier eerste mensen een warme douche hadden. Ik was de laatste gelukkige. Na die Engelsen en Amerikanen het kaartspel toeren hebben te geleerd, werd het met genoeg wijn toch nog redelijk laat, wetende dat we om vijf uur weer uit ons nest moesten om de zonsopgang te bekijken op de zoutvlakte van Uyuni.

Aangekomen op de zoutvlakte begon het eerste licht boven de bergen uit te komen, waarna de lucht roze, blauw en paars begon te kleuren. Vervolgens kwam de zon tevoorschijn en leek het of we op een vlakke sneeuwpiste stonden. Behalve de ski’s zagen we er ook bijna net zo uit als skiërs. We reden weer verder over de oneindige witte vlakte en hadden ontbijt bij een ‘eiland’ op de vlakte. Deze moest eerst nog beklommen worden over stijlen paadjes met grote cactussen rondom. Ik ben al niet zo’n klimmer, maar bij deze hoogtes is het een ware uitputtingsslag. Na ontbeten te hebben gingen we weer verder, waarna we nog wat trucage foto’s gemaakt hebben. Het einde van de tour kwam snel in zicht, want na het verlaten van de zoutvlakte waren we al bij het locomotievenkerkhof van Uyuni. Ik moet zeggen, ik zie ze toch liever rijden. We reden verder naar Uyuni, waar deze fantastische tour ten einde kwam. ’s Avonds nog even gezellig met wat mensen van de tour nagepraat onder het genot van een paar biertjes.

Terwijl ik vlieg van Uyuni naar Santa Cruz via La Paz, schrijf ik dit verslag. Het landschap onder mij veranderd zichtbaar. Voor het eerst sinds een week zie ik weer groene landschappen. In Santa Cruz blijf ik maar een dag en reis dan door naar mijn eindbestemming Brazilië. Voor de mensen die denken dat ik alleen maar per trein reis, van Santa Cruz naar de grens is de enige van deze reis.

Santiago en de reis richting San Pedro de Atacama

Om maar even terug te komen op het verhaaltje van de vorige keer. Ik had het toen over shit happens. Nadat ik het verhaaltje had geschreven, heb ik dat incident met de vogelpoep eens opgezocht bij mijn grote vriend Google. Het blijkt toch een truc te zijn om dingen te stelen. Ik vond het ook al gek dat de vrouw zoveel doekjes bij zich had. Een dag later zag ik ze weer rondhangen in dezelfde buurt. Het ergste is dat het mij een paar dagen later opnieuw gebeurde met een andere vrouw. Wat een smerige truc!

Gelukkig was dat al het negatieve, want ik ben op vakantie om plezier te hebben en te genieten van een andere cultuur. Na aankomst heb ik die dag niet veel gedaan. Mijn voordeel van het hebben van een interne klok, zodat ik eigenlijk nooit een wekker hoef te zetten, is met dit soort reizen een groot nadeel. Het tijdsverschil is -6 uur met Nederland, dus ben ik die eerste dag al om zeven uur naar bed gegaan. Het kostte mij dagen om eraan te wennen, maar nu ben ik er vanaf.

Ik zal eerst eens vertellen hoe ik Santiago ervaren heb. Door de vele aardbevingen zijn vele oude gebouwen in het verleden gesneuveld en hier zetten ze dan van die lelijke betonnen gebouwen neer. Ik vond het lijken op de lelijkheid van een voormalige Sovjet stad, maar dan wel met een mooie palmboom voor het huis. Het leven in de stad is chaotisch, maar mooi. Grote markten met een hoop fruit, groenten, vlees en vis. Restaurantjes op iedere hoek met fantastisch eten. Als je boven de Hoge torens uit kijkt, zie je de besneeuwde toppen van de Andes op een paar kilometer van de stad opdoemen.

Het hostel was wat minder. Weinig mensen en die wat er wel waren, ‘werkten’ bijna allemaal in het hostel. Een radiator heb ik niet gezien, wat er voor zorgde dat het oude pand, dat slechter geïsoleerd was dan een rieten mand, ’s nachts behoorlijk koud was. Twee nachtenlang ik een zespersoons kamer voor mezelf, daarna kwam er een Chileen bij.

Ik heb wat tours door de stad gemaakt en ben een dag naar de kustplaats Valparaiso geweest. Dit vond ik veel mooier dan Santiago. Het mooie uitzicht over de baai, de gekleurde huisjes tegen de heuvel opgebouwd en de vriendelijke mensen. Een echte aanrader, bovendien een stuk warmer dan Santiago. Had ik hier maar een paar dagen in een hostel gezeten. Veel te vroeg moest ik alweer gaan om op mijn laatste avond nog even lekker een paar biertjes en wijntjes te drinken met de mensen in het hostel. Nog niet helemaal fris van de avond ervoor, werd het tijd om te vertrekken. 23 uur met de bus naar San Pedro de Atacama in het noorden van Chili. Tijd genoeg om dit verhaaltje te schrijven. Het is mooi om te zien hoe het landschap veranderd tijdens deze bustrip. Van vruchtbare landbouwgrond met druiven, citrusvruchten en meloenen kom je langzaam in een steeds droger wordende omgeving. Liefhebbers van cactuswereld komen helemaal aanhanger trekken. Uiteindelijk zit ik dan nu in de Atacama woestijn, dat er ongeveer net zo uit ziet als het landschap in de film ‘The Martian’, die ze tijdens de rit draaien. Al denk Ik niet dat het hier mogelijk is om ook maar een aardappel uit de grond te krijgen. De volgende keer ben ik inmiddels in Bolivia na het doorkruisen van de Atacama woestijn en de zoutvlakte van Uyuni in drie dagen met een 4wd.

De reis is begonnen

Als je benieuwd bent naar deze verhalen, dan vul je mailadres maar in op de startpagina.

Na nog een half dagje gewerkt te hebben, werd het toch tijd om naar huis te gaan en mijn spullen bij elkaar te pakken. Natuurlijk nog even goed controleren of ik niets vergeten ben!

Mijn ouders hebben me daarna uitgezwaaid op het station van Roermond en toen was ik alleen.

Voordat ik het wist, was ik al op Schiphol. Geheel in Onno stijl, veel te vroeg. Beter te vroeg dan te laat denk ik dan. Na het laatste avondmaal was het tijd om naar de gaten te gaan. Ondanks eerdere berichten over stakingsacties van Air France en luchtverkeersleiders, vloog het vliegtuig. Natuurlijk wél met een half uurtje vertraging. In het vliegtuig kwam ik naast Symen te zitten, die onderweg was naar Johannesburg. Door het geklets, waren we al in Parijs, voordat we het wisten. Hij mocht in de grote airbus A380 en ik in de Boeing 777 naar Santiago de Chile. Het Spaans begon al de boventoon te voeren en de veel passagiers hadden een typisch Chileens uiterlijk met hun donkere haren en beetje indiaanse kenmerken.

Gelukkig had ik naast mij een vrije stoel, wat toch voor wat meer rust zorgde, dus heb ik dan ook redelijk geslapen. Het eten was ook goed, alleen dat alles in het Frans was. Het Engels wordt dan snel en onduidelijk afgeraffeld, typisch Frans.

Aangekomen op het vliegveld van Santiago, moest ik mij eerst door de rijen van de douane werken. Daar was een topdag bij de Efteling niets bij. Alleen was er hier geen entertainment tijdens het wachten.

Met de bus en de metro kwam ik bij het hostel. Voordat ik daar was, werd ik nog eerst flink ondergeschoven door een vogel. Ik dacht dat het water was, totdat twee Chileen vanalles begonnen te roepen en mij met doekjes schoon begonnen te vegen. Ik had mijn hand al op mijn portemonnee en telefoon, maar ze wilden mij gewoon schoonmaken. De groene smurrie verspreide een geur, waar een gft container op een warme zomerse dag jaloers op is. Mijn tassen en mijn fleecejack zaten ook onder, dus de wasmachine kon al aan.

Om maar met een cliché te eindigen. Shit happens.

Voorgaande reizen zonder verhaal

Beste lezers,

Over precies een week vertrekt mijn vliegtuig van Schiphol naar Parijs en daarna door naar Santiago in Chili. Hier gaat mijn reis door Zuid-Amerika starten. Uiteraard heb ik mij weer goed voorbereid of niet natuurlijk.

Het is een beetje idioot om in drie weken tijd van Santiago naar Rio de Janeiro te gaan. Ik zat nog in de Shinkansen modus van vorig jaar in Japan, maar had hier toch meer rekening moeten houden met ouderwets vervoer over droge zandweggetjes, natte moeraslanden en stijle bergweggetjes.

Het resultaat is dat ik mijn grote vriend, de trein zal moeten missen (in Zuid-Amerika rijdt bijna niets) en dat ik helaas aangewezen ben op de bus. Aangezien dit de rotte appel uit de familie van OV-gerelateerde zaken is, heb ik gekozen voor af en toe een stukje smokkelen door de lucht.

Hier beneden even een foto samenvatting van de laatste jaren, toen ik mijn passie voor het schrijven nog niet ontdekt had en nog kris kras door Europa treinde zonder het station te verlaten. Wat ben ik veranderd in die jaren!

Vanaf volgende week zal ik jullie op de hoogte houden van mijn avontuur.